Meer melk uit gras

De voederwaarde van het gras wordt bepaald door botanische samenstelling, beschikbaarheid van de verschillende elementen en waterhuishouding van de bodem.

Grasland bemesting met kunstmest

 

Botanische samenstelling

De zodekwaliteit wordt onder andere beïnvloed door het weer (te droog of te nat), zwaarte van de snedes en zware machines op het veld. Beweiden of maaien van een te nat perceel geeft veel schade. Bij droogte is meer kans op minder goede grassen en onkruid. Bij een te zware snede duurt het langer voor hergroei weer start. De goede grassen gedijen het beste onder een bemesting op maat, dus op basis van een bodemanalyse. 

Spoorelementen zijn over het algemeen niet belangrijk voor de groei van gras, maar bij granen zijn wel bepaalde tekorten geconstateerd die een verminderde weerstand tegen ziektes lieten zien. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat er hoogstwaarschijnlijk toch raakvlakken zijn.

 

Voederwaarde

Met bemesting is de kwaliteit van het gras duidelijk te beïnvloeden. Onder andere de verteerbaarheid, drogestof en natuurlijk het eiwitgehalte laten grote verschillen zien bij de verschillende bemestingniveaus. 

De verteerbaarheid wordt het meest beïnvloed door het groeistadium van het gras en het bemestingsniveau. Na het schieten van het gras verandert de verteerbaarheid het meest en de voederwaarde daalt met 100 VEM. Bij voldoende bemesting zal het gras op zijn smakelijkst zijn. 

Het eiwitgehalte in het gras wordt het meest beïnvloed door de hoeveelheid bemesting met stikstof. In het voorjaar neemt het gehalte toe. Eiwitvorming is afhankelijk van opneembaarheid van stikstof uit de bodem, verder zijn beschikbaarheid van kali en zwavel ook erg belangrijk. De pH van de bodem heeft veel invloed op beschikbaarheid van de diverse elementen. 

Het drogestofgehalte varieert het meest van alle kengetallen en is ook het moeilijkst te sturen. Bij natte omstandigheden heeft het gras ook het laagste drogestofgehalte. Dagelijkse opname door het vee wordt hier ook negatief beïnvloed, maar ook kwaliteit van het gras is lager. Een te hoog drogestofgehalte van voordroogkuil kan leiden tot lagere opname en meer kans op broei. 

 

Diergezondheid

Spoorelementen hebben het meest te maken met diergezondheid. Als grazende dieren geen aanvulling krijgen via ander voer dan is het noodzakelijk om te zorgen voor goede gehaltes aan spoorelementen  in het gras. Natrium maakt het gras smakelijker en selenium heeft invloed op vruchtbaarheid van het vee. Het advies aan spoorelementen voor vee ligt vaak hoger dan de hoeveelheden die normaal in gras aanwezig zijn. Een aanvulling kan gedaan worden met bolussen. Mangaan, zink en koper kunnen hiermee aangevuld worden.

 

Bemesting en voederwaarde

Klik op de blauwe letters voor meer informatie:

 

Stikstof

Stikstof is het belangrijkste element voor gras waarmee de groeisnelheid wordt versneld en het eiwitgehalte wordt verhoogd. Hoge stikstofgiften, die kort bij de oogst worden gegeven, kunnen leiden tot nitraatvergiftiging bij het vee.

 

Zwavel

Zwavel is onder koude omstandigheden slecht opneembaar. Het is dus vooral in het voorjaar belangrijk om een zwavelhoudende meststof te gebruiken. Voor groei, eiwit- en enzymvorming is zwavel belangrijk.

 

Kalium

Het element dat het meest wordt opgenomen is kalium. Vanaf de tweede snede kan er een tekort ontstaan en dan is een bemesting met kalium aan te raden.

 

Fosfor

Fosfor is noodzakelijk voor grasgroei en gezondheid van het vee. De behoefte aan fosfor ligt lager dan aan stikstof. De beschikbaarheid kan wel enorm verschillen zoals op ijzerhoudend fosfaat fixerende gronden.

 

Magnesium

Magnesium is vooral belangrijk voor de gezondheid van het vee.

 

Spoorelementen

Natrium beïnvloedt de smaak van het gras. Opname door het vee neemt toe na een natriumbemesting. Voor de groei van het gras is natrium niet belangrijk, voor de gezondheid van het vee wel.

 

Andere zaken die invloed hebben op de voederwaarde van het gras

De volgende zaken hebben ook invloed:

  • Zorg voor de juiste pH. Zie analyse voor het  juiste niveau.
  • Let op bodemverdichting. Niet met te zwaar materiaal op het veld onder te natte omstandigheden met te hoge bandenspanning.
  • Een goed werkend drainagesysteem is op veel gronden van essentieel belang.
  • Streven naar een graszode die zoveel mogelijk goede grassen bevatten.
  • Regelmatig, misschien wel jaarlijks doorzaaien. Dit in het najaar doen. Er zijn diverse machines waarbij de minder goede grassen, met name ruwbeemd, bestreden wordt en er goed engels raaigras voor terugkomt.
  • De zode met een wiedeg openkrabben geeft ruimte aan de goede grassen. Dit kan het best in het voorjaar. In het najaar dan ook doorzaaien met graszaad.
  • Om een goede graszode te houden is het goed om koeien iedere dag vers gras te geven. Maak het perceel dus zo groot dat de koeien het in 1 dag kaal kunnen vreten. Dit voorkomt bossen en het beschadigen van de zode.
Grasland bemestingsadvies
Grasland bemestingsadvies
Grasland bemestingsadvies

Yara's bemestingsadviezen kunnen je helpen de maximale opbrengst te behalen. Bekijk onze aanbeveling voor grasland.

Grasland bemestingsadvies